
Als je bij het weeshuis aankomt rent Nabin als eerste naar buiten. Hij rent op je af en vraagt je om een “magic handshake”. Nabin is een vrolijke jongen. Hij is intelligent, en vol trots laat hij ons zijn rapport zien. Ik lees het voor, maar bij het horen van zijn achternaam verstijft Nabin. Zijn vrolijke glimlach verdwijnt en hij rent naar zijn kamer. Boven in het stapelbed vind ik hem terug. Een traan rolt uit zijn grote bruine ogen. En als ik hem vraag wat er is zegt hij: “some things make me very sad”. Ik geef hem een aai over zijn bol.
Na een half uurtje verschijnt hij weer, de gebruikelijke twinkeling in zijn ogen. Wat er ooit met hem gebeurd is zullen we denk ik nooit weten….